On view:

“Les animaux ne portent pas de chaussures” groupshow @ Le Bel Ordinaire, Billère ,France 10.12.25 - 14.03.26

Ema Vaneková – Vrouwelijk verdriet

augustus 2025, Cecile Verwaaijen & Ruth de Vos, Kunst en Carriere.

foto’s: Thijs Segers

Ema Vaneková – Vrouwelijk verdriet

Sinds twee jaar woon ik samen met mijn vriend in een boerderij in het buitengebied. Het is fijn dat hij ook kunstenaar is. Zijn werk voelt als een land dat naast het mijne ligt. In het begin reisde ik met de bus naar mijn atelier, maar ik merkte dat ik mijn sensitiviteit niet kon bewaken in het stedelijke leven. Toen we dit bespraken kwamen we erachter dat hij het niet meer prettig vond om thuis te werken en dat ik het juist miste om thuis te zijn. Ik houd enorm van het huiselijke en ervaar op het moment het liefst geen enkele scheiding tussen werk en privé. Nadat we van werkplek wisselden, ben ik als schilder en als persoon gegroeid.

Door thuis te werken ontdekte ik dat het schilderen zich vooral in mijn persoonlijke, innerlijke wereld afspeelt. De ervaring van tijdloosheid is daarbij essentieel. De plek waar ik nu woon en werk helpt daarbij: ik kom er niemand tegen en ik wordt er niet geconfronteerd met tijd. Sinds ik hier werk probeer ik geen resultaat in het schilderen meer voor ogen te hebben, maar is juist het ontdekken in het schilderen het doel.

Vanaf dat ik klein ben wil ik een goed mens worden en het beste uit mezelf halen. Ik groeide op in een liefdevol gezin met twee broers. Toen ik drie maanden oud was, verhuisden mijn ouders vanuit Slowakije naar Nederland. Door persoonlijke redenen voelden ze zich daar beperkt. Mijn vader werkte bij een groot elektronicabedrijf en kon daardoor vrij makkelijk emigreren met zijn gezin. Aanvankelijk wilden ze maar een paar jaar blijven, maar toen ze zagen dat wonen in Nederland een positief effect had op de ontwikkeling van de kinderen, besloten ze te blijven. De keerzijde van dit besluit is dat er bij ons thuis altijd veel emotie rondom het gemis van Slowakije is geweest. We zijn een heel hecht gezin geworden in Nederland, op afstand van onze familie in Slowakije. Slowaken houden het leven graag klein: ze zorgen voor de eigen familie, de grootouders, het land en zijn daar tevreden mee. Deze instelling herken ik in ons gezin: we hadden het goed samen en we voelden weinig behoefte om de kring uit te breiden.

Mijn ouders zijn beiden creatief, maar hebben er nooit hun carrière van gemaakt. Mijn moeder heeft veel opgeofferd voor de zorg voor het gezin. Ze is een fijngevoelige persoon, ik lijk daarin op haar.  Mijn oma, moeder en ik zijn heel erg verbonden met elkaar en kunnen tot in de cellen aanvoelen wat er in de ander omgaat. We herkennen veel in elkaar en proberen elkaar te behoeden voor zaken als opoffering en dienstbaarheid, iets waar vrouwen zich makkelijk in verliezen. De laatste tijd trek ik me het leven van mijn moeder en oma meer aan en probeer ik me los te maken van de verwachtingen die de maatschappij heeft van vrouwen. Ik ben de eerste vrouw in onze familie die zelf mag bepalen hoe ik mijn leven wil leiden. Als ik in Slowakije was gebleven, had het vrouwelijk verdriet mijn leven waarschijnlijk overschaduwd. Misschien was ik wel kunstenaar geworden, maar de kans was groot geweest dat ik jong kinderen had gekregen en minder tijd voor mijn eigen ontwikkeling had gehad. 

Ik kan me niet herinneren dat ik in mijn jeugd een directe ambitie had om schilder of kunstenaar te worden, maar de kunstacademie trok me van alle studies het meest aan. Tijdens mijn studie werd ik volwassen: ik was pas 16 jaar toen ik naar de academie ging en ik was vooral bezig met liefdesverdriet en verliefd zijn. Ik zag de kunstacademie als een open plek met veel levensenergie. Als student hield ik me netjes aan de afspraken en deed wat er gevraagd werd. Ik maakte van alles, maar het voelde nooit alsof het van mij was. Pas toen ik in het laatste jaar tijdens de corona periode gedwongen was om in mijn slaapkamer te werken, ontdekte ik hoe kunst en leven één geheel kunnen vormen. Mijn werk werd toen persoonlijk. Achteraf vind ik het jammer dat ik de studie zo onbewust heb doorlopen. Ik had er meer uit willen halen, beter willen weten waar ik naartoe wilde met mijn werk of van welke docenten ik wilde leren. Nu voelt het alsof het me is overkomen. De afgelopen vijf jaar in mijn atelier heb ik meer als een studie ervaren dan mijn tijd op de academie.

Vlak na mijn afstuderen werd ik uitgenodigd voor een kunstbeurs waar ik al mijn werk verkocht. Dit verraste me want ik wist niet dat je met kunst geld kon verdienen. Ik besloot heel hard te gaan werken om van mijn kunst te kunnen leven. Ik heb daarin zelf initiatief genomen. Zo runde ik een jaar een galerie -de Blauwe Dwaas- in een anti-kraak pand midden in een winkelstraat van Tilburg. Ik noemde de galerie zo omdat het een dwaas idee was om zo jong een galerie te beginnen. Ik was er elke dag: de voorzijde functioneerde als galerie en de achterzijde als atelier. Ten opzichte van mijn studiegenoten had ik al carrièrekansen gehad en als één van de weinigen veel werk verkocht. Ik voelde me daar een beetje schuldig over en met de galerie kreeg ik de kans iets voor hen terug te doen. Het was fijn om ervaring op te kunnen doen als curator en tentoonstellingsmaker, maar het runnen van een galerie voelde als zo’n grote verantwoordelijkheid dat ik het moeilijk vond om anderen erbij te betrekken en de zorgen te delen. Uiteindelijk werd het een tijd waarin ik mijn eerste grijze haren heb gekregen. De laatste maanden werd het te zwaar en raakte de balans zoek met mijn eigen kunstenaarschap. Ik kreeg kansen die door de galerie in de verdrukking kwamen, waardoor ik ’s nachts mijn schilderijen stond te maken. Het was een mistige wereld geworden van veel moeten en niet willen. Uiteindelijk dwongen praktische redenen mij om met de galerie te stoppen, zelf had ik er waarschijnlijk geen punt achter kunnen zetten. Als ik terugkijk naar de schilderijen die ik toen maakte, mis ik de kwaliteit. Het is jammer dat ik dat werk heb geëxposeerd, ik begin nu pas werk te maken dat ik met trots wil laten zien.

De eerste jaren na mijn studie exposeerde ik veel. Met iedere tentoonstelling verdiende ik een honorarium en daarnaast verkocht ik werk. Aanvullend werd ik weleens gevraagd om te cureren en te schrijven en op die manier lukte het altijd net om de huur te betalen. Nu ik enkele jaren verder ben, komen er wat minder aanbiedingen voor exposities voorbij en is mijn inkomen instabieler. Het wordt steeds spannender om op deze manier en zonder bijbaan te leven. Ook de overvloed van tijd begint me soms tegen te staan. Ik ben eraan toe om meer  verantwoordelijkheid te nemen voor zowel de financiële als inhoudelijke kant van mijn leven. Als ik straks voor een gezin kies wil ik niet dat het hen aan iets ontbreekt of dat ze buiten de norm vallen omdat ik een kunstenaar ben. Ik realiseer me heel goed hoe kwetsbaar het is om een kind te zijn. Ik heb me als kind gelukkig heel veilig gevoeld, maar ik weet niet of de intensiteit van het kunstenaarschap te combineren is met de enorme verantwoordelijkheid voor het opvoeden van kinderen.

Een half jaar geleden had ik mijn laatste solo tentoonstelling. Eindelijk had ik krachtig werk aan de muur hangen, maar tijdens de opening ging het nauwelijks over het werk maar vooral over mij. Ik bleef met een heel vervelend gevoel achter en ik heb daardoor een tijd niet kunnen of willen schilderen. Niets van wat er in het schilderen gebeurt gaat over mijn fysieke verschijning, toch ervaar ik tijdens openingen dat het alleen daarover gaat. Ik denk dat mijn mannelijke collega’s hier ook mee te maken hebben. In de aandacht voor het fysieke gaat het volgens mij meer over jeugdigheid dan over gender. Ik denk eigenlijk dat elke kunstenaar op een opening verdrietig is. Het is een kwetsbaar moment als nieuw werk voor de eerste keer de wereld in gaat. 

Na vijf jaar de volledige focus op mijn werk te hebben gehad voel ik me klaar voor nieuwe uitdagingen. Ik zou graag willen samenwerken met een galerie, maar het is lastig om de juiste te vinden. Ik vind het belangrijk dat een galerie vriendelijk, persoonlijk en verantwoordelijk is, zowel naar de kunstenaar toe als naar het werk.  In deze tijd worden regelmatig wat ik algoritme-tentoonstellingen noem, gemaakt: een selectie op basis van eigenschappen zoals leeftijd, culturele achtergrond of gender. Als ik daarvoor gevraagd wordt, probeer ik kritisch te zijn omdat de kans groot is dat zo’n tentoonstelling voor mij niet werkt. Het zou niet over mij moeten gaan, maar over het schilderen want uiteindelijk is dat wat het belangrijkste is!

Ema Vaneková en Thijs Segers kiezen hun onderwerpen dichtbij huis

14 maart 2025, Irma van Bommel, Brabant Cultureel.

foto: Joep Eijkens

In een statig huis in het buitengebied van Sprang-Capelle wonen beeldend kunstenaars Ema Vaneková en Thijs Segers. Het dagelijks leven, het huis en de omgeving zijn bronnen van inspiratie. Op zolder is een atelier ingericht. Daar werkte Segers, en Vaneková had haar atelier in Tilburg. Nu is de situatie omgekeerd.

Ema Vaneková (1999) en Thijs Segers (1996) wonen antikraak, dus tijdelijk. De koeienstallen achter het huis staan leeg en de grond van het voormalige boerenbedrijf wordt op termijn teruggegeven aan de natuur. Kenmerkend voor het gebied is het zogenaamde ‘slagenlandschap’, een overblijfsel van verkaveling in smalle stroken. Hier en daar zie je lange, smalle rijen riet. En in dat riet huizen vogels. Vaneková en Segers hebben al een ijsvogel gespot en een roerdomp gehoord. Vlakbij huis nestelt een steenuil.

Ze wonen er nu een jaar en hebben alle seizoenen meegemaakt. Het pand bestaat eigenlijk uit twee huizen, het statige huis aan de straatkant, wat ’s winters niet warm is te stoken, en het nieuwe achterhuis waar het ’s winters in de ruime keuken met vloerverwarming aangenaam vertoeven is. Op zolder, in het oude deel van het huis, bevindt zich het atelier. Aanvankelijk werkte Segers hier en Vanekova in haar atelier in Tilburg. Zo’n vier maanden geleden hebben ze geruild. Het huis en de natuur zijn weliswaar inspiratiebronnen voor Segers, maar voor het verbeelden heeft hij juist afstand nodig. Door te kiezen voor een andere werkplek kan hij ook makkelijker de dagelijkse beslommeringen van een huishouden loslaten. Thuis is hij snel afgeleid. “Schilderen speelt zich af in je geestelijk leven”, legt Ema uit. Zij werkt net zo lief thuis.

De twee ontmoetten elkaar enkele jaren geleden tijdens een Artist in Residence (AiR) van Segers in het Van GoghHuis in Zundert. Vaneková bewonderde zijn schilderstijl en zocht hem op. Ze kende de locatie, want ze had er zelf in 2021 een AiR gedaan. Toevallig raakten beiden betrokken bij het talentontwikkelprogramma jump! van de provincie Noord-Brabant. Ook deden ze allebei mee aan ‘Grenswerk’, een werkperiode in Tripkau in Duitsland waarvan de resultaten in februari 2024 te zien waren in de Kruisruimte in Eindhoven.

In het huis hangen werken van henzelf en van kunstenaars die zij bewonderen, onder anderen Leon Adriaans. Van Segers is onder meer een groot schilderij te zien van een hazelaar dat hij inzond voor de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst. Zijn werk werd genomineerd, voor de derde keer, en was te zien op de tentoonstelling in het Paleis op de Dam in Amsterdam.

Ema Vaneková is geboren in Slowakije, verhuisde als baby van drie maanden met haar ouders en broers naar Nederland en groeide op in Rijen. Zij volgde haar opleiding aan de Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in ’s-Hertogenbosch, waar zij koos voor de richting autonome beeldende kunst. Thijs Segers, opgegroeid in Lieshout, was zijn opleiding een paar jaar eerder begonnen aan St. Joost in Den Bosch, maar het onderwijs in schilderkunst viel hem tegen. Hij stapte over op de AKI (Academie voor Kunst en Industrie) in Enschede, volgens hem “de beste opleiding voor moderne schilderkunst”.

Vaneková houdt zich bezig met het thema ‘de cyclus van het leven’, meer specifiek de verschillende levensfasen van een vrouw. Zij verwondert zich erover dat meisjes zich als vanzelf ontwikkelen tot geliefde, vrouw, moeder en oma. Telkens wordt een nieuwe rol instinctief aangenomen. Dat gaat van moeder op dochter. Maar ze beseft ook dat haar oma jaren geleden ook een jong meisje moet zijn geweest.

In haar atelier toont zij haar recente werk. Ze werkt steeds in series. Vorig jaar maakte ze een serie bruiden. Nu werkt ze aan een serie liefdesschilderijen. Zo verbeeldde zij zichzelf en Segers tijdens een vakantie vanaf de rand van een boot het donkere water in kijkend. Het gekozen perspectief, van bovenaf, is verrassend en werkt vervreemdend en dat geldt voor meer werken. Als we niet direct zien waar we nu eigenlijk naar kijken, doet ze de houding na. Zo maakte ze een werk met op de onderrand van het beeldvlak de suggestie van een hoofd (haar hoofd) met het lange bruine haar golvend naar links en rechts uitgespreid. Daarboven, dus eigenlijk naar achteren, werkte ze een jurk en schoenen uit. “Maar die golfbeweging is ook gewoon een eenvoudige schilderbeweging die haast als vanzelf ontstaat. De beste werken zijn die die niet van te voren zijn bedacht.” Ze ontstaan dus deels door ‘automatisme’.

Ema Vaneková schildert in olieverf en werkt graag op een doek aan een muur, om afstand te kunnen nemen. Maar bij dunne verf werkt ze op de grond. De laatste tijd kiest ze vaak liggende figuren als onderwerp. Dat kunnen ook slapende of dode figuren zijn. Die hebben iets tijdloos. “Als je slaapt ben je van de wereld, die toestand lijkt op dood zijn.” Aan de muur heeft ze drie torso’s onder elkaar gehangen, subtiel aangeduid met tepels en navel. Met een strik erom, als een cadeau. Inspiratie haalt ze uit de kunstgeschiedenis via kaarten en boeken.

Ze verkoopt regelmatig werk, maar door een startstipendium van het Mondriaanfonds is er nu geen druk om te presteren. “Dat geeft mij meer speelruimte.” Ook Segers ontving recent een startstipendium. Na zijn afstuderen aan de ArtEz won hij in 2020 de HeArtfundprijs. Beide fondsen gaven ook hem de mogelijkheid te experimenteren.

Na zijn studie in Enschede had hij enige tijd gewerkt in het voormalige atelier van beeldend kunstenaar Bert de Wilde (1947-2021) en nu dus in Tilburg. Segers heeft zijn werkruimte bovenin het ateliercomplex Carré, met uitzicht op het stadscentrum. Boven de deur hangt een plank met het opschrift ‘vallende water’, een verwijzing naar het gelijknamige atelier van de bekende zeventiende-eeuwse Nederlandse schilder en graficus Hercules Segers, met dezelfde achternaam. Zou zo maar eens familie kunnen zijn.

Segers werkt figuratief, net als Vaneková. Dat wil zeggen, de werkelijkheid is het uitgangspunt maar vaak is wat zij schilderen eerder een droombeeld dan een werkelijke situatie. Hoewel hun stijlen verschillen, hebben beiden een voorkeur voor een melancholische sfeer, bij Vaneková met betrekking tot mensen en stemmingen, bij Segers in relatie tot bouwwerken en de natuur. Vaak is vergankelijkheid zijn thema. Recent kiest Segers ruimtes als onderwerp. Daarvoor dienen de verschillende ruimtes in hun huis als inspiratie, maar hij haalt ook inspiratie uit de kunstgeschiedenis, via boeken en uit films. Naast ruimtes schildert hij dieren, bomen, planten en landschappen. Zijn atelier staat vol met vooral kleiner werk dat binnenkort te zien zal zijn bij Galerie Fontana in Amsterdam en daarom niet geheel in beeld mag. Er moet iets te raden blijven.

Bijzonder is dat hij werkt in ei-tempera. Naar gelang het formaat werkt hij aan tafel, op de grond of aan de wand. Hoewel hij voornamelijk schilderijen maakt voor aan de wand, maakt hij ook weleens uitstapjes naar andere presentatievormen zoals een kamerscherm. Voor het Van GoghHuis in Zundert maakte hij een metershoge zonnebloem voor de tuin en een muurschildering van een zonnebloem op de gevel van een pand in Zundert. Nu heeft hij plannen om een installatie op palen te maken, een soort huisje. Naast de schilderijen maakt hij ook tekeningen in inkt en aquarel en litho’s. Zo maakte hij de tekening ‘Doj Vuggelke’ naar aanleiding van een moppenboek. Het illustreren van een boek staat op zijn verlanglijstje.

Ema Vaneková – Mama má Emu a Ema má mamu

"Mama má Emu a Ema má mamu" is een Slowaaks kinderzinnetje voor het oefenen van spreekvaardigheid. Het linkt aan Vaneková's nieuwe werken waarin ze zich steeds meer bezig houdt met de verschillende levensfasen van de vrouw. Beelden van moeders, kinderen en bruiden verschijnen op de doeken. Ze zijn een vanzelfsprekende aanvulling op haar terugkerende onderwerpen rondom de liefde en haar leven als jonge vrouw.

Vaneková's schilderijen stralen vaak een sfeer van melancholie en vervlogen tijden uit. De schilderijen ogen nostalgisch, maar eerder heeft Vaneková een actueel verlangen naar zelfbegrip en rust. Gevoelens van verdriet, pijn en eenzaamheid weet Vaneková feilloos en empathisch te vertalen in haar werken. Juist in deze gevoelens vindt men elkaar.

Met kalme streken en een zachte toets ontstaan, op gevoel, dromerige voorstellingen. Haar werken zijn hierdoor kwetsbaar, maar tonen onverbloemd Vanekova's sehnsucht om haar eigen menselijkheid een plek te geven.

Vaneková's werken zijn tentoongesteld in onder andere het Noordbrabants Museum, PARK, Het Vincent van Goghhuis, Stedelijk Museum Breda en het LAM Museum.

Ruby Soho verwelkomt Ema voor haar eerste soloshow in de galerie.

Expositie: zaterdag 7 september tot en met zaterdag 5 oktober.

Openingstijden: dinsdag, donderdag en zaterdag van 13.30 tot 17.00 en op afspraak.

Alles van waarde is weerloos

16 mei 2024, Robin Bosch, AvroTros Muze Magazine.

In Ema Vaneková’s werk is haar dagelijkse leven het uitgangspunt. Want in eenvoud van het alledaagse, zitten diepe gevoelens besloten. ‘Als ik iets meemaak of iets zie, voel ik de urgentie om te schilderen.’

Op zestienjarige leeftijd gaat Ema Vaneková (1999) naar de kunstacademie, waar ze zich aanvankelijk focust op fotografie. Gaandeweg ontdekt ze een passie voor schilderen en direct na haar afstuderen begint ze werk tentoon te stellen. Ze merkt dat andere zich aangetrokken voelen tot haar creaties en haar schilderijen worden onder andere geëxposeerd bij het Vincent van Goghhuis, PARK, Stedelijk Museum Breda en het LAM Museum. Afgelopen zomer had ze haar eerste solotentoonstelling: Tie the light blue shades in Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch.

Persoonlijke ervaringen

Voor Vaneková gaat schilderen verder dan het vastleggen van voorstellingen. Ze focust zich op het overbrengen van emoties en sfeer met penseelstreken. ‘Het gaat niet alleen om het eindproduct. Het gaat ook om de handeling van het schilderen.’ Haar schilderijen, die sinds kort steeds abstracter worden, vinden hun oorsprong in persoonlijke ervaringen en observaties. Ze put inspiratie uit alledaagse momenten en gevoelens. ‘Als ik iets meemaak of iets zie, voel ik de urgentie om te schilderen’, legt ze uit. Op die manier wil ze de liefde voor haar eigen ervaringen vastleggen en archiveren. Hoe het was om verliefd te zijn? Om voor het eerst samen te wonen? Of hoe ziet de kapel in het dorp van haar oma eruit?

Van emotie tot schilderij

Ze heeft het vermogen om emoties te vertalen naar het doek, zelfs wanneer ze niet volledig bewust is van de bron. Dit blijkt bijvoorbeeld uit haar ervaring met het schilderen van een figuur in bed. Dat schilderij ontstond na een bezoek aan een zieke vriend. Toen het doek klaar was, besefte Vaneková dat ze het gevoel van afscheid had vertaald. ‘Toen heb ik direct gebeld om te vragen of alles oké was, wat gelukkig zo was. Daarna heb ik hem op het schilderij toch maar uit het bed gehaald.’

Kunst is voor haar een manier om emotie en verbinding tot stand te brengen in een wereld die soms afstandelijk lijkt. Een wereld waarin we niks meer met elkaar delen, maar toch alles gedeeld is’ liefde.verdriet, angst. ‘Ik denk dat als we niet meer bezig zijn met dingen mooi maken, we echt iets verlies.’ De kwetsbaarheid van haar schilderijen herinnert ons eraan dat alles van waarde weerloos is, zoals de dichter Lucebert ooit schreef. En dat in die kwetsbaarheid de diepste betekenis en verbindingen worden gevonden.

Het succes van Grenswerk is nu te zien in Eindhoven

1 februari 2024, Irma van Bommel, Brabant Cultureel.

Voor de elfde keer organiseerden de Eindhovense beeldend kunstenaars Aagje Linssen en Jeroen Vrijsen een werkperiode voor een groep Nederlandse kunstenaars in Tripkau in Duitsland. Een periode van twee weken werd afgesloten met een groepsexpositie in Hamburg. Nu is in De Kruisruimte werk te zien dat de kunstenaars in Tripkau hebben gemaakt plus wat daar later uit is voortgekomen.

De werkperiode in Tripkau in september 2023 vond traditiegetrouw plaats in een voormalige kazerne op de grens van het vroegere Oost- en West-Duitsland. Vandaar de naam ‘Grenswerk’. Aagje Linssen en Jeroen Vrijsen hadden een groep schilders om zich heen verzameld die totaal verschillend werk maken. En van verschillende leeftijden, van net een paar jaar afgestudeerd tot de pensioengerechtigde leeftijd. Nou ja, kunstenaars gaan niet met pensioen. Ook streefden zij ernaar een groep samen te stellen van kunstenaars die elkaar nog niet kenden. Dat is niet helemaal gelukt, schrijven Linssen en Vrijsen in het boekje dat bij de expositie verscheen.

Dit soort bijeenkomsten zijn waardevol

Voor iedere kunstenaar was er een atelierruimte beschikbaar waar ieder zich kon terugtrekken om te werken. Maar het doel van de residency was ook dat er een groepsdynamiek zou ontstaan en elkaars werk besproken zou worden. Dat kwam al meteen op de avond van de tweede werkdag op gang toen de kunstenaars een presentatie hielden. “Dit soort bijeenkomsten zijn zo waardevol. Iedereen begrijpt de taal, de problemen, het onderzoek en de oplossingen”, schrijft kunsthistorica Liesbeth Schreuder in de inleiding van de publicatie. Deze inleiding, samen met de teksten van de kunstenaars en de informele foto’s, maken het tot een leuk boek.

Gesprekken waren er niet alleen tussen de kunstenaars onderling, maar ook met galeriehouders die langskwamen, onder wie Sebastiaan Dijk van Galerie Nasty Alice in Eindhoven. Dijk is ook betrokken bij TalentHub jump! van de provincie Noord-Brabant. Twee deelnemers aan de residency, Femke Dekkers en Ema Vaneková, hadden net het talentontwikkelingsprogramma van jump! afgesloten. En juist deze twee kunstenaars zijn in Tripkau een andere weg ingeslagen.

Ema Vaneková is geboren in Slowakije en woont in Rijen. Zij schildert figuratief, in een dromerige stijl. In Tripkau is ze voor het eerst sferisch gaan werken.

Blik in de expositie in De Kruisruimte met op de voorgrond werk van Femke Dekkers en Bas Ketelaars. Op de wand van links naar rechts werk van Mariëtte van Erp, Ema Vaneková, Jolanda van Gennip en Thijs Segers. Foto > Thijs Segers

Ema Vaneková. Foto > Irma van Bommel


“Ik probeer de zachte en liefdevolle momenten vast te leggen”

Noah Paesch 13 april 2023

In de reeks ‘Brabantse Nieuwe’ exposeert Ema Vaneková (23) binnenkort in Het Noordbrabants Museum. Momenteel is zij bezig met nieuwe werken voor deze tentoonstelling.

Vaneková zet schilderijen klaar wanneer ik binnenkom in haar atelier. Het is goed te zien dat zij graag speelt met kleur. “Naar mate je meer schildert, merk je al snel welke kleuren je mooi vindt naast elkaar.” De schilder wijst naar een doek met picknickende mensen. Volgens haar is het niet altijd nodig om de kleuren naar werkelijkheid op het doek te brengen, dat is goed te zien in dit schilderij.

De vergelijking met Van Gogh is makkelijk te maken, mede vanwege haar residentie bij het Van GoghHuis in Zundert. “Hij is zeker een inspiratiebron, voornamelijk omdat hij ook het dagelijkse schilderde. Ik probeer die zachte en liefdevolle momenten ook vast te leggen. Bij Van Gogh snap je waar het om gaat ondanks zijn schetsmatige wijze van schilderen.” Op de grond ligt dan ook een dik boek met werken van de impressionistische kunstenaar.

Vaneková vertelt veel verschillende stijlen te horen van toeschouwers. De laatste tijd kijkt zij zelf graag naar de kunstenaarsgroep: Les Nabis. In deze groep zat bijvoorbeeld Vuillard. Voor ons staat een nat schilderij met kippen en een okergele achtergrond. Deze kleur heeft ze afgekeken bij Vuillard. Wel kijkt ze pas sinds twee maanden weer naar andere schilders. “Daarvoor deed ik dit twee jaar niet.” ‘’Was dat desinteresse?” “Nee, ik wou van mezelf leren en niet van een ander. Wanneer je van een ander leert sla je stappen over in dit proces.”

Ik vraag haar of ze snel tevreden is met een doek. “Ik ben niet tevreden maar eerder verrast.” Ze wijst opnieuw naar de kippen met de okergele achtergrond. “Ik was wel verrast dat ik dit vandaag heb gemaakt.” Vaneková is snel uitgekeken op een schilderij. “Als beginnend schilder leer ik snel en daarmee krijg ik het gevoel dat hetgeen wat ik hiervoor maakte snel passé is. Het wordt sneller niet aantrekkelijk. Hoe ik nu schilder is anders dan hoe ik een half jaar geleden te werk ging.”

Het grote verschil is volgens haar het bewuster bezig zijn met verf tegenover de voorstelling. “Voorheen vond ik de kriegelige lijntjes best eng om te doen.” Nu vindt ze het niet erg dat de toeschouwer kan zien hoe het is aangebracht.

Wanneer Vaneková in een drukke periode zit, zijn het de kleine dingen die haar hieruit trekken. “Het zien van een schilderij met bergen kan ervoor zorgen dat ik uit de waan van de dag stap.” “Is het jouw doel om de toeschouwer ook dit gevoel te geven?” Ze reageert lachend: “Het zou heel leuk zijn als een gestreste mevrouw eventjes stil staat en denkt: dit is er ook. Het leven is helemaal niet zo serieus.”

Ema Vaneková haar expositie is vanaf 20 mei te zien in Het Noordbrabants Museum in ’s- Hertogenbosch.

Verdwaalde gedachtes waar je ineens oog voor hebt, Ema Vaneková

Esther van Rosmalen, Witte rook 14.04.2021

Bij mijn aankomst in Zundert zat Ema Vaneková voor het atelier in gesprek met de toekomstige overbuurvrouw van nummer 13. Ze zal hier vaker komen kijken beloofde ze aan Ema. Want Vincent, ja die kent ze al langer, van toen ze nog een klein meisje was. In 1953 heeft ze zijn grote tentoonstelling in Amsterdam gezien. Dat maakte zo’n indruk dat ze op school stippen ging schilderden en dat vonden ze maar raar. Dat mocht niet. Dat mag nog steeds niet hier, hardop zeggen dat je Van Gogh mooi vindt want hij is een beetje raar. 

De Moeren, de aanwezigheid van Vincent

In het atelier begint ons gesprek en vertelt Ema hoe ze verliefd werd op een plek toen ze Tosja van Lieshout bezocht tijdens haar residency in De Moeren. Daar wilde ze ook zijn, om zich te verliezen aan de plaats waar de aanwezigheid van Vincent voor haar tastbaar was. Ze ruilde de helft van haar verblijf te Zundert in voor landgoed De Moeren. Van de maand die haar residency duurde bracht ze de eerste twee weken door in een grote boerenschuur, en de laatste twee weken in de kosterswoning in Zundert.

“Ik was hier echt alleen. Het was duister, winter, het waaide en het sneeuwde. Buiten hout halen voor de kachel was de grootste prioriteit. Ik raakte het besef van tijd kwijt. Als ik naar buiten ging bleek het nacht te zijn en geen dag. De heide was vreemd droog en nat van de regen tegelijk. De natuur hier is zoals Vincent schildert. Hier voelde ik zijn aanwezigheid en het verwrongen verdriet. Door de afzondering, door het ontbreken van het licht, door het verschil niet meer zien tussen dag en nacht, door veel te werken voelde ik me als mens disfunctioneel. Ik vervreemde van mezelf. Ik liet mijn bestek vallen, knoeide het water uit mijn glas. Ik probeerde te spreken, maar er kwam geen geluid uit mijn keel omdat ik niet hoefde te praten. Voor mij als mens was dat zwaar, maar als kunstenaar was het bijzonder. Hier te zijn gaf me focus. Ik ging schilderen naar de waarneming en heb nu andere dingen geleerd dan ooit eerder.”

Den Bosch, droge serieusheid

Ema had na haar afstuderen aan AKV | St. Joost te ’s-Hertogenbosch behoefte aan het verwerven van meer kennis over de schilderkunst zelf. De voorgenomen studie in Antwerpen heeft ze echter niet door laten gaan omdat het voor haar niet mogelijk is om op een goede manier te studeren met online lessen. Schilderen is voor haar een fysieke aangelegenheid die ze moet ruiken en voelen.

“Sinds ik de academie heb verlaten ben ik gaan schilderen en ben er niet meer mee gestopt. Tijdens de studie ligt mijn nadruk vooral op het inhoudelijke, een droge serieusheid om tot de kern te komen. Toen maakte ik bijna geen werk. Ik was meer bezig met schrijven dan met schilderen. Alles wat ik deed was helemaal bedacht, uitgeschreven en verantwoord zodat het resultaat als een werkstuk voelde. Ik kon geen afstand houden tot de studie en het maken zelf, wat ik nu wel kan. Het is nu mijn basis, mijn inhoudelijke kern waardoor ik me krachtig voel en het aandurf mezelf te ontwikkelen in het schilderen als een soort van autodidact, waarmee ik bedoel dat de ontdekkingen in het materiaal ook echt van mij zijn. De wijze van het schilderen speelt een rol, alles wordt aangeraakt waardoor ik veel aandachtiger en sterker ben. De verandering ten opzichte van mijn werkhouding van toen is dat ik nu niet eindig, maar begin als maker van beeld. De duiding van het werk mag later volgen.”

Slowakije, achteruit lopen op de tijd

De Slowaakse afkomst van Ema reist altijd met haar mee. Ook al is ze in Nederland als baby gekomen met haar ouders, er blijft een gevoel van een tweedeling tussen beide identiteiten. Tegen de achtergrond van historie en traditie schildert ze haar werken tot haar eigen hedendaagse verhaal.

“Het dorp waar mijn ouders vandaan komen heb ik vaak bezocht. Het is daar nog zo ouderwets, ze kiezen daar ook voor. Ze lopen achteruit op de tijd. In mijn werk word ik aangetrokken tot die tijdloosheid, de grens tussen fictie en realiteit die ik gevoelsmatig in het schilderij laat terugkomen. Je zou kunnen zeggen dat mijn weergave op het doek een soort platheid heeft die lijkt op de naïeve schilderkunst zoals je in Oost-Europa ziet. Ik sta daar niet echt bij stil. Wel dat mijn werk autobiografische elementen kent door mijn persoonlijke vraagstukken waarin ik de vergelijking tussen hier en daar vaak heb gemaakt. Ik schilder verzonnen taferelen, misschien dat daarom mijn gevoel niet zo verbonden is met de werkelijkheid. Sprookjes en folklore zijn een motief, en maskers omwille van het theater. De letterlijke platheid van decorstukken om de kunstmatigheid te duiden. De noodzaak tot verbeelding en het uitdrukking geven aan iets deed me besluiten om kunstenaar te worden. Het gaat om aandacht en liefde, om iets wat je doet met je hele hart.”

Zundert, de plek om te werken

Hoewel de Moeren goed was om te leven was het niet echt de plek om te schilderen. De werken die ze heeft gemaakt blijven in het atelier tot ze weet wat hun betekenis is. In Zundert maakte ze weer deel uit van het openbare leven. Woont ze in een straat met een supermarkt en nieuwsgierige voorbijgangers. Afzondering bestaan nu uit het lezen van de boeken over Vincent, zijn brieven en de avondklok om zonder afleiding te kunnen werken.

Ik ben emotioneel en sensitief en voel als mens, maar ook als kunstenaar de verhouding tot de ander. Ik geef de voorkeur aan observatie, liever dan onderdeel uit te maken van het geheel. Van een afstand zie je beter. Het is dan ook fijn om hier in isolatie te kunnen werken. Hier is het de plek om te schilderen en kan ik vanuit mijn eigen kracht werken. Soms zijn dat scenes in mijn hoofd of tekeningen die ik eerder gemaakt heb zoals nu het werk met de twee mannen. Het bestaat uit twee doeken die naast elkaar hangen, een man per doek, die ook los van elkaar gezien mogen worden wat het weer mysterieus maakt omdat er altijd de referentie is naar elkaar. Meestal beeld ik geen mensen af. Altijd zijn het de objecten. De mannen gaven me plezier bij het schilderen, ik ervaar het als sterk en goed.

Ik heb ook de neus van Vincent geschilderd. Ik zag zijn werken en het beeld van zijn neus viel me op, zo krachtig. Met dat beeld viel ik drie keer in slaap. Toen ben ik het gaan schilderen, maar wel met een lach op mijn gezicht. Ik ben een orakelschilder, het beeld dient zich aan als verdwaalde gedachtes waar ik ineens oog voor heb. Zo heb ik Vincent gevonden in de Moeren, maar in Zundert het schilderen.”

interview Metroplis M 2020 eindexamen
 

Op haar website vertelt Ema Vaneková (1999) in vijf zinnen de dualiteit die zij ervaart in het leven tussen twee culturen: “Ik neem mijn plek in de zaal, het toneelstuk begint. Het gordijn valt en de wereld toont zich met felle kleuren en grote emotie. Mijn ouders halen mij onmiddellijk uit de zaal, we gaan zitten bij een ander stuk. Het begin gemist, volg ik. Ik ben een kind van twee culturen.” 

Drie maanden na haar geboorte in Slowakije emigreerde Vaneková naar Nederland.  Deze twee culturen duiden de ‘Tweedeling’ die ze in haar schilderijen als alternatieve realiteit verbeeldt. 

Vaneková schildert scènes die voortkomen uit een archief aan herinneringen: een vakantie, het denken aan een eerste liefde. De illustraties geven een romantisch-geïdealiseerde en naïeve voorstelling van zaken weer. Voor Vaneková zijn deze alternatieve realiteiten vooral lichtpunten. ‘Het is een definiëring van iets waartussen ik me blijf bewegen’, vertelt zij, verlangend naar een vroeger, naar een simpel bestaan. ‘Soms ligt het verdriet van de mens in mijn werk, juist door ons menselijke gedrag als toneelstuk te bekijken. De kunstmatigheid van het toneelstuk, is ook in grote mate in ons dagelijks leven aanwezig. We handelen bijna als een machine. Als je dat vanaf een afstand bekijkt, kun je lachen, of een traan laten. Het is alsof we dronken zijn geworden, verslaafd aan de goddelijke idee de wereld méér te kunnen ‘vormen’.’

In het schilderen brengt Vaneková de verf dik aan op doek. Laag over laag ontstaat er een dikke plaat, een aardse materie. Vanuit schilderkunstige stromingen als het neo-primitivisme en Fauvisme, heeft Vaneková geleerd andere culturen en verre verledens aandachtig te bestuderen. Door narratief te combineren met geometrische abstractie, daagt het werk ons uit verder te kijken. Het is als een podium waarop decorstukken voor elkaar worden geplaatst en hun aandacht langzaam opeisen. 

Een van de werken die Vaneková tijdens COVID-19 in haar slaapkamer schilderde, De gegeten vruchten, toont een iconische vertaling van een ‘break-up’ van haar eigen liefdesrelatie. Het is een sleutelwerk. Twee vage mensfiguren positioneren zich in een huiselijk decor. De figuren zijn doorzichtig, steken af tegen vrolijk behang. Het werk is één van de doeken die zij als geliefden is gaan zien. Ze vroegen om aandacht, net zoals de liefde dat doet. ‘De samensmelting door liefde kan een behoefte uit comfort zijn’, besluit Vaneková. ‘De vruchten in dit werk zijn opgegeten. Er is genoten van de zoetigheid, maar het is tijd om te beseffen dat we moeten laten gaan.’

Liza Voetman.